maandag 22 juni 2015

Stadsrondleiding

Vandaag had ik een gids met stadswandeling geregeld
en fijn, dat hij het wilde doen.
Met een paar van mijn collega's nam hij ons 
mee door de stad. 
Nu is het lastig om Groningers (of import Groningers)
 rond te leiden, want wij wisten ook al een hoop.
Toch hoorden ook wij wel een paar nieuwe dingen.
Veel foto's heb ik niet genomen, 
omdat ik die natuurlijk al lang heb. 
Al heb ik deze er als nog bij geplaatst. 
We kwamen langs de Korenbeurs, waar vanaf 1865 
in dit mooie gebouw; granen, zaden en erwten verhandeld
werden. Tegenwoordig zit er een Albert Heijn in. 
Het verhaal gaat, dat boven de entree in een kamertje,
nog weleens handelaren samen komen. 
Naast de entree in de rechter nis, staat
de godin Ceres (godin van de landbouw). 
En in de linker nis staat Neptunus, god van de zee.
Hij vertegenwoordigt de belangrijkste takken van 
de industrie in Groningen namelijk die van de 
scheepvaart en scheepsbouw.
Boven op het dak van de Korenbeurs, 
Apollo (God van de handel)
met in zijn hand een staf met twee slangen (list en bedrog)
en vleugels aan zijn voeten.
De oude beurshal heeft een bijzondere gietijzeren 
constructie met grote ramen, die het keuren van de graanmonsters
op zicht vergemakkelijkten. 
De prijzen die hier voor graan werden afgesproken, 
gold voor heel het land. 
Dit schilderij heb ik al eerder gezien en eerder op de foto
gezet, maar hij blijft mooi. 
Dit voor de Groningers beroemde schilderij, hangt in 
het stadhuis op de Grote Markt. 
Het verbeeld de Paardenkeuring op 28 augustus (Bommen Berend).
Geschilderd in 1920 door Otto Eerelman
Otto Eerelman was voor de Groningers,
wat Rembrandt voor Nederland is. 
Het verhaal gaat, dat Groningers die het Louvre in Parijs
bezochten, vroegen "Waar de Eerelmans hingen?" 
Zijn werk werd later in de 20e eeuw niet erg gewaardeerd.
Pas de laatste jaren brengen zijn schilderijen weer forse 
prijzen op. 
Tot 2 augustus 2015 is er een tentoonstelling over 
Het leukste was natuurlijk ook, dat wij af en toe de gids
en onze groep iets konden vertellen over iets wat 
de anderen niet wisten.
In mijn geval was dat Grote Griet.
De gids vertelde, dat de 'Drie Gezusters' 
genoemd is naar de drie zusters van een eigenaar.
Ik wist te vertellen, dat Grote Griet naar een kanon is genoemd.
Het kanon wat op de Grote Markt stond tijdens het beleg 
van de Bisschop van Münster (Bommen Berend).
Leuk, dat het verhaal ook wordt vermeld bij
de entree van Groote Griet.

'Groote Griet, ben ik geheten.
Om wijd en weer kan ik wel schieten.
Ik kreeg een kogel in mijn mond.
Ik schoot hem door de Haarder toren
en toen nog zeven voet in de grond.

,,Groote Griet" is de naam van het enorme kanon
waarmede Rabenhaupt in 1672
De stad Groningen verdedigde
tegen de aanvallen van de bisschop van Munster" 
Daarna een bezoekje aan het Pepergasthuis
Gesticht in 1405 en diende oorspronkelijk als gasthuis
voor pelgrims die naar Groningen kwamen. 
Zij kwamen voor het relikwie van Johannes de Doper,
die bewaard werd in de Martinikerk.
In 1482 werd de kapel bij het gasthuis gebouwd,
vernoemd naar Getrudis van Nijvel, die als 
beschermheilige van de reiziger werd gezien. 
In het jaar 1910 werd de poort hersteld 
staat er o.a op deze versierde steen aan de binnenkant
van de poort van het Pepergasthuis. 
De pomp uit 1829 
Deze bel werd geluid, als het eten in de keuken klaar was.
Maar of dat nou het eten was voor de pelgrims of de latere
conventualen (ouderen stadjers die er na de reductie van 
Groningen mochten wonen) of toen het een dolhuis was, dat
weet ik niet. (dit van die bel, wist een collega).
 
Al heeft dit hofje een mooie binnentuin, toch zijn er ook 
gezellige geveltuintjes. 
En niet alleen mooi groen, misschien kwam het mede door
de regen, we roken allerlei geuren van bloemen 
en diverse kruiden. 
Via de achteruitgang, verlieten wij het hofje. 
Het begon harder te regenen, dus hebben we even geschuild
in de Poelestraat.

Op het Martinikerkhof deelden we per 2 man een
paraplu en stonden we onder de grote bomen. 
Onze gids vertelde een hoop van wat daar allemaal
te zien was. Er werden extra paraplu's geregeld en we 
gingen verder.

Het Prinsenhof, tegenwoordig een hotel met een
grand café en een à la carterestaurant. 
Het hotel heeft 34 kamers.
Onze collega, wist er een hoop over te vertellen
en nam ons mee naar binnen.

In de Middeleeuwen was het in 
bezit van de Broeders des Gemeenen Levens,
een religieuze groepering. 
Het oudste deel is 15e eeuw en later eind 16e eeuw werden er
delen aangebouwd en werd het pand een officieel
verblijf van de prinsen van Nassau (stadhouders).
In die periode werd de prinsentuin aangelegd. 
In de 19e eeuw werd de Prinsenhof gebruikt als ziekenhuis
voor Franse militairen en nog weer later een marechausseekazerne.
Vanaf 1945 zat hier RTV Noord tot 2005.
Dit is het huidige grand café en in de 15e eeuw 
was dit de fraterkerk van de Broeders des Gemeenten Levens.
De middeleeuwse muur hebben ze heel mooi in het 
interieur opgenomen. 
Zelfs een raam van de voormalige Fraterkerk is opgenomen
in het interieur. Zeer stijlvol gedaan dit. 
En fijn, dat we even binnen mochten kijken, tijdens de onweer.
Toen we weer buiten kwamen, was het weer droog. 
Terwijl we de Prinsenhof verlieten,
wierpen we een blik op d'olle grieze. 
Het Roode of Burgerweeshuis. 
Rood stond voor wezen van kinderen van Stadjers en 
er bestond ook een Groenweeshuis, wezen van ouders 
van buiten de stad. 
en de overige foto's van dit hofje volgen op dit verhaal.
In de Oude Boteringestraat, staat deze tekst 
op de gevel van de pub 'The dog's Bollocks'.
Het Engels is met een taalfoutje, maar dat ze humor hebben
is één ding wat zeker is. En onder het bord een bierpul.
Een collega wees ons op deze twee doodgewone bankjes
 op de Vismarkt. Je vraagt je misschien af, waarom ik een foto maak,
van 2 simpele bankjes, nou er zit een verhaal aan:
Tjerk Bruinsma , de eerste gekozen burgemeester van Nederland,
werkte tot 2002 in Groningen. 
Hij werd daarna burgemeester in Vlaardingen. 
Toen hij wegging in Groningen gaf hij deze twee bankjes
cadeau aan de stad, zodat de oude mannen die altijd 
aan deze kant van de vismarkt op dozen en zo
zaten, beter konden zitten. Deze bankjes worden altijd
gebruikt, zolang ik in Groningen woon ken ik het niet
anders, als dat hier altijd veel ouderen zitten te kletsen.
Na ruim 2 uur rond gelopen te hebben, hebben we onze
stadswandeling afgesloten met een kop koffie (voor mij thee)
met een heerlijke cake met kersen erin bij het 
Een heel prettige ambiance met goede kwaliteit 
broodjes en andere producten. 

Het was super leuk en veel indrukken opgedaan.

woensdag 17 juni 2015

Sledemennen

Op de binnenplaats van het Noordelijk Scheepvaartmuseum
is goed te zien, dat er een spoor van stenen ligt, om een idee
er van te geven, dat hier vroeger sledesporen liepen. 

Vanaf de Kleine der Aa werden de goederen (bijv. graan) 
op de karren geladen, getrokken door paarden
 en werden de sleden daarmee naar de pakhuizen gebracht. 
Waar de goederen naar boven werden getakeld. 

De sledemenner draafde er aan de rechterkant naast. 
In de linkerhand klemde hij de leidsels, de rechter moest hij vrij houden 
om in voorkomende gevallen de slede enige sturing te geven 
en om al te hevige slingeringen te voorkomen. 
Bij de vrachtsledes droeg de sleper een “smeerlap”
 (hier komt ook de uitdrukking 'smeerlap' vandaan). 
Dit was een vette doek, die hij af en toe zonder te stoppen
 onder de sledeijzers doorschoof om het glijden te bevorderen. 
Om de snelheid af te remmen, gebruikten zij een stuk touw, 
dat zich aan de achterkant van de slede bevond. 
Even over de brug, voorbij het museum is een straat met die naam.
Aan de straat zie je niets bijzonders, behalve dan de straatnaam. 
Ook in deze straat was vroeger een plek waar sledemennen 
werd uitgeoefend. 
De Sledemennerstraat loopt van Astraat tot Verlengde Visserstraat. 
De naam komt al voor in 1525. 
De straat volgt het beloop van een 
middeleeuwse stadsgracht, het Menners- of Menrediep
 (omstreeks 1350-1610). De gracht lag nog binnen de stadsmuren, 
de straat buiten de latere stadswal. 
Nog rond 1900 14 zijgangen of sloppen: 
o.m. de Gasthuisgang en de Belmijnegang.

Als we de brug weer over gaan richting het museum.
En dan naar links op de Hoge der Aa. 
Deze nieuwbouw aan de Hoge der Aa 3 en 4,
met er tussen de Haaksgang. 
Deze smalle steeg geeft toegang tot het achtergelegen 
pakhuis 'Onrust' deze nieuwbouw is bewust zo gebouwd,
omdat ze aansluiting zoeken bij het pakhuis Libau en de
bebouwing rondom het hof. 
Ondanks dat het modern en open oogt refereert het aan traditie. 
Als je goed naar de tegels op de grond kijkt,
zie je dat het ook bepaalde stenen heeft liggen.
Tot 2010 heeft er hier een soortgelijk sledemennerspoor 
gelegen, als bij het Noordelijk Scheepvaartmuseum lig.
Nu is het aangepast. 
Zo zag het er begin 2010 nog uit (foto van RTV Noord).
Op de Flickr-pagina van Stormblast1953
Is de bestrating van de Haaksgang te zien, zoals het was.
In het boek 'Groningen te voet' lees ik, dat de naam
Haaksgang, mogelijk genoemd is naar een familie.
Op Wikipedia vind ik vervolgens, dat het  waarschijnlijk 
Jan Haken is, de eigenaar van een bakkerij 
op de hoek van de Brugstraat en Hoge der A (omstreeks 1806).
In de 17e eeuw heette dit stuk waar de Haaksgang op
uit kwam 'Lutke der A'.
Als je de Haaksgang in loopt, kom je bij Pakhuis Onrust
uit. Ik heb niet kunnen vinden uit welk bouwjaar het pakhuis is. 
Zowel de pakhuisdeuren, -ramen en het trijshuis zijn gemoderniseerd.
wel gaaf dat er een touw en haak hangt, zodat je goed
kan zien hoe vroeger de spullen werden opgetakeld. 

Als je de Haaksgang weer uitloopt en weer op de 
Hoge der Aa staat, dan staat er links naast de nieuwbouw:
Pakhuis Libau. 
Het pand werd aan het einde van de 13e eeuw
gebouwd. Libau is de Duitse benaming voor de 
havenstad Liepãja in Letland. In de 19e eeuw
werd het verbouwd tot pakhuis, het was lange tijd
in gebruik voor opslag van graan. 
Sinds de 20e eeuw is het pakhuis in gebruik 
als kantoorruimte. Het pakhuis is een erkent Rijksmonument. 

We lopen weer terug naar het museum.
Het trijshuisje, aan de zikant van het Canterhuis
op de binnenplaats. 
De hijsbalk in de topgevel, daar worden goederen naar 
omhoog en omlaag getransporteerd. 
Deze balken werden soms overkapt met een trijshuisje,
die zie je in Groningen nog veel. Vaak zijn die huisjes
uitgevoerd in hout. Het woord trijsen, komt van het
Middelnederlandse woord trisen, wat 
'met een takel (op) hijsen' betekent.
In het Gotischhuis hangt dit spindel. 
Door middel van dit om het spindel windende hijstouw,
dat zonder einde over drie verdiepingen loopt,
konden door een vertragende constructie vrij gemakkelijk
zware lasten worden getakeld van en naar elke verdieping.
Op deze foto zie je hoe een zak aan een klem 
opgehesen wordt. Dit voorbeeld hangt op de 
zolder van het Gotischhuis. 


dinsdag 2 juni 2015

Indië herdenking op het Selwerderhof

Vandaag ben ik mee gevraagd naar een herdenking. 

Op de eerste dinsdag in juni is er een herdenking bij het Provinciaal
Indië monument op de begraafplaats Selwerderhof in Groningen.

Het Indië monument is ontworpen door de kunstenaars Anne Hilderink
en Peter de Kan en is onthuld op 11 juni 2002.

Langs de kant van een pad, loopt een hardhouten zitting op betonnen zitelementen. 
Een 120 meter lange bank die de glooiing van het pad volgt.
Aan de andere kant van het pad is een zandstenen namenband.
Het pad, de bank en de namenband volgen de ronding van de vijver. 
Deze naam viel mij op, omdat er een vogeltje op zit en een vaas
voor bloemen staat. Niet bij iedere naam is wat. 
Toevallig was er een bekende van mij bij, van de Indische soos.
Zij vertelde mij, dat zij de dochter van deze man kende.
Zij zat met zijn dochter in de klas.

Op het begin van de houten bank zit deze bronzen plaquette
met daarop een gedicht van Rutger Kopland.

'DAN ZULLEN DEZE GELUIDEN WIND ZIJN,
ALS ZE OPSTIJGEN UIT HUN PLEK, DAN
ZULLEN ZE VERWAAIEN, ZIJN ZE WIND.
WE HEBBEN GEADEMD EN ONZE ADEM WAS
ALS ZUCHTEN VAN BOMEN OM EEN HUIS,
WE HEBBEN GEPREVELD EN ONZE LIPPEN
PREVELDEN ALS EEN TUIN IN DE REGEN,
WE HEBBEN GESPROKEN EN ONZE STEMMEN
DWAALDEN ALS VOGELS BOVEN EEN DAK.
OMDAT WIJ ONZE NAAM WILDEN VINDEN.
MAAR ALLEEN DE WIND WEET DE PLEK
DIE WIJ WAREN, WAAR EN WANNEER.'

De namen op de stenen band zijn op volgorde van 
de sterfdatum van de 136 gesneuvelde militairen uit
de provincie Groningen. 
Van 7 gesneuvelde militairen staan de namen niet
vermeld, omdat de nabestaanden hiervoor geen 
toestemming hebben gegeven.

In het voormalig Nederlands Oost-Indië en Nieuw
Guinea kwamen in totaal 6200 Nederlanders om in de 
jaren 1945 t/m 1962

Helaas heb ik de naam van deze mevrouw niet goed
onthouden, want ik kan haar niet vinden op google.
Zij droeg een gedicht voor, die behoorlijke indruk op me maakte.
Niet met alles wat ze zei, maar bepaalde stukken. 

De loco-burgemeester legt een krans.
 8 oude-veteranen draaien zich om naar het water, 
als één krans ter water wordt gelaten.
(de enige foto die niet van mij is maar van 
Tineke Wind)

Alle mannen die in het verre Oost het leven lieten,
werden herdacht met deze krans. 
Die in het water symbolisch de oceaan oversteekt.
Deze krans, raakte mij het meest, door de symboliek.
En ook natuurlijk de veteranen die daarmee hun makkers
in de Oost daarmee herdenken. 
Generaal Ted Meines besloot de bijeenkomst 
waarin hij memoreerde aan zijn laatste ontmoeting
met prins Bernhard en zijn beloofde zorg voor
de Veteranen. 
Respect voor deze oude veteranen, die de hele 
herdenkingsceremonie hier stonden. 
De voorste meneer is 80+ , dus heel begrijpelijk,
dat hij staat te slapen. 

TV-OOG was er ook bij:


woensdag 20 mei 2015

Noordelijk Scheepvaartmuseum

Het Noordelijk Scheepvaartmuseum opende op 31 mei 1932 haar deuren in het voormalige Goudkantoor aan de Waagstraat, één van de mooiste renaissancegebouwen van Groningen. Twee jaar daarvoor, op 10 januari 1930, werden de eerste stappen al genomen met de oprichting van de vereniging het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Het museum is ontstaan uit een privé-collectie en de collectie groeide door schenkingen en aankopen.

Het pand aan de Sint Walburgstraat

Op 14 en 15 april 1945 werd een groot deel van de collectie, die tijdelijk was ondergebracht in café De Unie, om vernietiging in de oorlog te voorkomen, ironisch genoeg vernietigd door een brand die vrijwel de hele noordwand van de Grote Markt in de as legde. Er gingen 60 scheepsmodellen verloren. Na de oorlog, eerst nog in het Goudkantoor, later in een voormalig schoolgebouw aan de St. Walburgstraat, werd de collectie weer opgebouwd. In de jaren '70 verhuisde het museum naar de twee Middeleeuwse panden aan de Brugstraat (waar het nu nog steeds zit) in het Gotische huis en het Canterhuis.


Het museum is in chronologische volgorde opgebouwd. Via allerlei trappetjes en verdiepingen komt men vanaf de zevende eeuw na Christus, via de Hanzetijd, de Middeleeuwen en de Gouden eeuw richting de huidige tijd. De West-Indische Compagnie, de turfvaart, de kustvaart en de binnenvaart komen allemaal aan bod.

Het Gotischhuis
Bezit nog de opmerkelijke trekken van een Middeleeuwse Koopmanswoning uit de 15e eeuw, en is dan ook het enige huis in de stad Groningen uit die tijd, waarvan het karakteristieke front, zij het ook nog maar gedeelijk, bewaard is gebleven. Het voorhuis is eerste helft 15e eeuw en het achterhuis begin 16e eeuw.

De eerste bekende bewoner is Heer Evert Wijgoldes, de latere burgemeester van de stad (1446-1450).
Verder is het gebouw in gebruik geweest door/voor:
1464 bierbrouwer Junge Evert Hebbelding.
1538 Bierbrouwer Mense Schroer
In 1778 kochten Nanning Nanninga en diens echtgenote Bernardina Catharina Langenhard, kocht de brouwerij, maar gingen later over tot het stoken van jenever.
In 1850 kocht koopman Jan Pieters het pand. In het pand wordt een cichorei molen gevestigd.
In 1871 verkocht aan P.R Roelfsema, handelaar in lijnkoeken en lijnzaad. Het pand heet dan pakhuis New York.
In 1911 in handen van Aldert Veldman, handelaar in landbouwmachines.
In 1969 verkocht aan de Koninklijke Theodorus Niemeijer, die schonk het aan de Gemeente Groningen. Sinds 1978 is het Noordelijk Scheepvaart in dit gebouw gevestigd.

Het Canterhuis
Dit van oorsprong gotische gebouw is genoemd naar één van de eerste bewoners, dr. Johan Canter (15e eeuw). Het gezin Canter was een vooraanstaande familie. In dit huishouden werd uitsluitend Latijn gesproken, zelfs door de kinderen en de dienstmeid! Er bestaan ook aanwijzingen dat de herkomst van een gedeelte van dit pand reeds in de 13e eeuw ligt. Het heeft dienst gedaan als woon- en pakhuis en als jeneverstokerij. In het derde kwart van de 19e eeuw heeft het gebouw een compleet nieuwe voorgevel gekregen en is daarna verbouwd tot winkelpand. Hierdoor zijn veel van de originele elementen verloren gegaan. Tijdens de laatste restauratie, rond 1975, is de toestand hersteld naar de situatie  van 1872.

Poortgebouw

De poort die de twee gebouwen met elkaar verbindt is niet bekend, van wanneer deze verbinding precies is. Wel staat deze verbinding al op de kaart van 1643. De ouderdom van de stookplaats duidt erop dat dit vertrek reeds in de 16e eeuw bestond. De aangebrachte schouw bij de stookplaats komt van elders. De loodglazuur groene en gele tegels op de vloer stammen ook uit de 16e eeuw. Op de balken zijn de oude verfkleuren te zien, ook de blauwgroene kleur, die in andere vertrekken ook zichtbaar is, is terug gebracht. Het pigment schijnt vroeger een afstotende werking op vliegen te hebben gehad. In de balken zijn tevens opgevulde boorgaten te zien met een jaartal erop. Hier zijn proeven genomen om het hout te kunnen dateren.
Dit kamertje behoorde bij het Canterhuis. De doorbraak in de nis is niet authentiek; op die plaats heeft waarschijnlijk een beddekoets gestaan.

Morenhal met Saartje (opduwertje)

Motorenhal aan de achterzijde van het museum is een aanbouw van vrij recente datum namelijk begin 20e eeuw. Hier staan stoommachines, gloeikop- en dieselmotoren. Tevens staat er in de hal een opduwertje (Saartje), die vaak werd gebruikt als boten geen motor hadden.

Middeleeuwse waterput

In de kelder (tijdelijke expositieruimte) is aan de linkerkant de middeleeuwse put, die tijdens de restauratie werd ontdekt, zichtbaar.Hier werd vroeger het water gehaald voor de bierbrouwerij, jeneverstokerij en voor de bewoners van het pand.

De Brugstraat tijdens de Sinterklaas-intocht.

De Brugstraat, de straat waarin het museum gevestigd is loopt vanaf het Akerkhof naar de Drentse Aa, waarover de brug ligt, waaraan de straat overigens niet haar naam dankt. De straat is vernoemd naar een Middeleeuws geslacht Ten Brugge, dat bij de brug een 'steenhuis' bewoonde. Aan de andere kant van de brug verandert de naam van de straat in A-straat. De brugstraat heeft het karakter van een winkelstraat. De overdekte galerij (aan de overkant van het museum) werd ontworpen door de Groninger architect P.M.A Huurman en is gebouwd in 1909-1910. Het museum bevindt zich op de nummers 24 en 26.

In het boekje Groningen Ahoy staat het volgende over de Brugstraat: Groningen is ontstaan uit twee nederzettingen op de uitlopers van de Hondsrug. De ene nederzetting was van oorsprong agrarisch en ontstond in de buurt van het Martinikerkhof en de Grote Markt. Deze zou later uitgroeien tot het bestuurlijk centrum van de stad. De andere nederzetting ontpopte zich aan het riviertje de A in de omgeving van de Brugstraat. De A ontsprong in de Drentse venen aan de westzijde van de Hondsrug. Aan de oostzijde stroomde de Hunze. Beide rivieren verenigden zich oorspronkelijk in de buurt van Wierum en stroomden verder als Hunze naar zee. In de Middeleeuwen begon met met het corrigeren van de loop van de riviertjes. De Hunze werd langs de stad geleid. Het punt van samenvloeiing met de A lag sindsdien ter plaatse van het tegenwoordige Hoekje van Ameland, vanwaar het water als Hunze of Reitdiep naar zee stroomde. Tot 1876 zou het Reitdiep de enige hoofdvaarweg tussen de Stad Groningen en de zee blijven. De tweede nederzetteng aan de A ontwikkelde zich tot het handelscentrum. De haven lag tussen de huidige Visbrug en de Museumbrug. Hier stonden de pakhuizen. De Brugstraat was de hoofdstraat van het handelscentrum. De verbinding met het bestuurlijk centrum liep via het tegenwoordige A-kerkhof en de Vismarkt.


Bron: Noordelijk scheepvaartmuseum
En boekje 'Groningen Ahoy'

Voor meer foto's (met daarbij verhalen), zie daarvoor mijn foto-site:
*klik*

donderdag 7 mei 2015

Betsy Perk

Vorige week vrijdag heeft het TV-programma 'De IJzeren Eeuw'
aandacht besteed aan Betsy Perk. Ik heb de aflevering
vandaag online zitten kijken.
Mijn interesse in deze, één van de eerste feministes van Nederland
was meteen gewekt. 
Ik ben haar gaan googlen en omdat ik al in het programma
vernam, dat zij ook schrijfster was van boeken,
ben ik ook haar boeken gaan zoeken.
Zij is gestorven in 1906, dus haar boeken
zouden rechtenvrij moeten zijn. 
Natuurlijk ben ik gaan zoeken op de website van
maar helaas is er maar weinig van haar te vinden.
Wat ik wel heb kunnen vinden heb ik dik gedrukt en 
wil ik van haar gaan lezen.

De boeken die zij schreef: 
  • Een kruis met rozen, 1864
  • Wenken voor jonge dames ter bevordering van huiselijk geluk, 1868
  • Sixtus IV en Lorenzo de Medicis, 1869
  • Elizabeth van Frankrijk, 1871
  • Mijn ezeltje en ik. Een boek voor vriend en vijand, 1874
  • De sterren liegen niet!, 1875
  • Elisabeth de Jonkvrouw van 't kasteel te Valkenburg, 1878
  • Valse schaamte, 1880
  • Mejonkvrouw de Laval onder de keizers Alexander I en Nikolaas van Rusland, 1883
  • De laatste der Bourgondiërs in Gent en Brugge 1477-1481, 1885
  • Yline, prinses Daschkoff-Worenzoff. Uit de geschiedenis van Rusland, in de laatste helft der vorige eeuw, 1885
  • Een recruut op Corsica onder luitenant Napoleon Bonaparte, 1887
  • De wees van Averilo, 1888
  • Kijkjes in België, 1888
  • In het paleis der Bourgondiërs te Brussel, 1889
  • Kapitein Flahol, 1890
  • Een moederhart, 1896
  • Jacques Perk, 1902
  • Strijd binnenhuis, 1905


Perk leefde in een tijd, dat vrouwen weinig mogelijkheden hadden.
Vader of Echtgenoot waren de 'baas' over de vouw 
In de wet stond "De man is het hoofd der echtvereniging,
hij bestuurd de goederen, aan de vrouw persoonlijk
toebehoren. De vrouw is aan haren man gehoorzaamheid 
verschuldigd. Zij is verplicht met de man samen te wonen
en hem overal te volgen waar hij dienstig oordeelt zijn
verblijf te houden."

In boeken als Madame Bovary en Eline Vere is duidelijk de 
dodelijke verveling van vrouwen in die tijd te lezen.
De huizen waren donker van binnen en vrouwen leefden
in het huis en kwamen bijna niet buiten, omdat een vrouw
alleen op straat in die tijd ongepast was.
Vreselijk, dat al die vrouwen wegkwijnde in het donker. 
Zoveel talenten die niet gebruikt werden of tot ontplooiing
konden komen.

Perk realiseerde zich dat een vrouw die niet trouwde en niet van haar
familie afhankelijk wilde zijn, weinig mogelijkheden had. 
Zij was door de dood van haar vader en haar ongehuwde
status, afhankelijk van aalmoezen van haar familie.

Nadat zij in tijdschriften enkele sprookjes had gepubliceerd, kwam in
1864 haar eerste roman uit: 'Een kruis met rozen' over een kunstschilder
die voor erkenning vocht. Intussen groeide in Betsy haar onvrede met de 
positie van vrouwen die tot thuiszitten gedwongen waren.
Betsy richtte 'Arbeid Adelt' op en later wilde zij proberen haar brood
te verdienen met het geven van lezingen en zocht zij contact met 
Mina Krüseman. Dit resulteerde in een gezamenlijke lezingentournee.
Beide vrouwen verschilden nogal van elkaar. Mina die opgegroeid was 
in Indië, was zich ook al jong bewust van de beperkte rol die
de maatschappij vrouwen en meisjes toebedeelde. Mina
voelde niets voor het huwelijk en wilde graag onafhankelijk zijn.

In de nazomer van 1873 zochten Betsy en Mina Multatuli op in
Wiesbaden. Multatuli was eigenlijk de eerste feminist in Nederland. 
Hij hield er uitermate moderne ideeën op na over de rol van 
de vrouw in de samenleving. Hij was een voorbeeld voor de 
vrouwen van de eerste feministische golf en nog lang daarna.

"Wat maakt gij van onze dochters, O Zeden!
Gij dwingt ze tot liegen en huichelen.
Zij mogen niet weten wat zij weten,
niet voelen wat zij voelen,
niet begeren wat ze begeren.
Niet wezen wat ze zijn."
(tekst: Multatuli)

Dankzij de aflevering van De IJzeren eeuw, is mijn interesse gewekt in
deze twee dames. 
Ik mag binnenkort van een collega de biografie van Mina Krüseman 
lezen; geschreven door Annet Mooij. 
En als ik één of meer boeken van Betsy heb gelezen,
laat ik dat nog weten.

De ijzeren eeuw plaatste een blog over haar
* klik * 

Bronnen: 

- aflevering van 'De IJzeren Eeuw'
- http://socialhistory.org/bwsa/biografie/perk
- Wikipedia
- Koninklijke bibliotheek

maandag 16 maart 2015

Reitdiep en Dorkwerd

Gister zijn we naar het nieuwe huis gaan kijken,
van bekenden van ons die verhuisd zijn. 

Ik was nog nooit in de wijk Reitdiep geweest 
(nouja, ooit met de auto door heen gereden),
dus moest even uitvogelen hoe we er heen moesten.
Ik wilde per se met de fiets, dus mijn oude kapotte
smartphone in het fietskratje gedaan en die als Tomtom gebruikt.
We reden via Zernike en dat ding zei 'Ga naar rechts'
daarna ging het mis.... toch maar terug gereden en verderop
rechts gegaan. En bij plaats van bestemming, zei die dat 
we er waren, terwijl het 1 straat verder was. 
Ach, we hadden er beide lol om. En volgens C, waren we nu
wel de grens over en hadden we zo langzamerhand Nederland 
verlaten, zolang hadden we er over gedaan hahaha. 

Buiten werden we begroet door een kat, die minder wit had, dan
de kat in onze herinnering. 
Wij waren beiden in de war en dachten dat het Lola was.
Tot we Lola voor het juiste raam zagen zitten. 
De begroetende buurtkat, wilde ook heel brutaal mee naar
binnen en ook toen we weg gingen deed die of hij ons kende. 
Wij hebben weleens op Lola gepast en weten nu pas, 
dat Lola een mannetje is. De naam had die gekregen, toen men
dacht dat hij een zij was :D.

Na lekkers en thee en uren lang bijkletsen,
zijn we lekker naar buiten gegaan en kreeg C toch nog 
een beetje gelijk, we gingen vandaag een grens over....
....we verlieten tijdelijk Groningen om een klein dorpje te bezoeken. 
Dorkwerd
Het bestaat al sinds circa 1215 en was ooit onderdeel
van het klooster Selwerd. 
Het dorpje ligt ingeklemd tussen het Van Starkenborghkanaal, 
Het Reitdiep en het naar het diep genoemde woonwijk Reitdiep in Groningen.
De kerk ligt op een wierde en dateert van 1648.
De toren is uit de 19e eeuw. 
Dorkwerd viel vroeger onder de gemeente Hoogkerk, die in 1969 
bij Groningen werd gevoegd. Dorkwerd is het 
kleinste dorp van de gemeente. 
Het kerkhof (aan beide zijden van de kerk) is ook klein,
maar heeft meer 'inwoners' dan het dorp ;). 
De bomenpartij achterin vond ik zo machtig mooi...
Hoe de boom grond bij zich probeert te houden met 
die enorme wortels die haast dikke takken lijken. 

Daarna begonnen we aan de fietstocht terug naar huis.
Deze keer reden we langs het Reitdiep en dat was een 
veel mooiere route en heel makkelijk, want het staat
aangegeven hoe je naar het centrum moet fietsen :D. 
Het was niet heel mooi weer, maar het was droog en de wind
maakte de fietstocht behoorlijk pittig. 
Met mooi weer, gaan we zeker nog eens terug om een kijkje te nemen
in Reitdiephaven. Al die gekleurde geveltjes heeft wel wat
vakantie-achtigs. 
We reden langs de wijk Paddepoel, waar sinds kort 
(dacht ik gelezen te hebben in de Gezinsbode),
deze trainingstoestellen staan. De volwassenen, hadden
nogal wat lol. Het was leuk om even naar hen te kijken,
hoe ze alles aan het uit proberen waren. 
Hierna heb ik geen foto's meer gemaakt, maar
alleen nog maar door gefietst richting huis.
Wat waren we blij, dat we terug waren. 
Wat vond ik het een flinke afstand fietsen en de
trap oplopen was een pijnlijke aangelegenheid.

Ik had heel brutaal aangeboden, dat wij wel een keertje op hun huis
willen passen, maar dit moet niet op een werk-/schooldag zijn.
Al zou ik misschien flink afvallen als ik deze route elke dag 
zou moeten fietsen hahaha. 
Maar ook nu, de volgende dag, zijn we nog steeds 
onder de indruk van hun fijne huis. 

BJ Blommers

  Het grafmonument voor kunstschilder 𝗕.𝗝. 𝗕𝗹𝗼𝗺𝗺𝗲𝗿𝘀 (1845- 1914), die o.a. het vissers- en strandleven in Scheveningen en Katwijk ...