Posts tonen met het label Groninger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Groninger. Alle posts tonen

maandag 11 januari 2016

De Mottenberg, Zuiderscheepshelling Groningen

Scheepswerf de Mottenberg (Zuiderscheepshelling) Groningen.

Dit schilderij geeft een beeld van een stukje scheepsbouw en -reparatie van ruim een eeuw geleden. Links een galjoot en rechts een binnenvaartschip.

In 1875 toen HW Mesdag, dit schilderij schilderde, heette het hele buurtje rond de huidige Museumstraat en de Ganzevoortsingel, van Zuiderkuipen tot waar de Drentse A de verdedigingsgracht kruist: De Mottenberg. Ik las ergens, dat de naam kwam vanwege de stank en de vervuiling, de mottigheid. Maar dankzij een reactie in 2018 van Jean V uit Maastricht (zie hieronder), dat de naam Mottenberg verwijst naar de Motte (verhoging, aardenwal als onderdeel van de verdedigingswerken) en het is dus veel logischer, dat het daarom Mottenberg heet. 

Op het schilderij is het hartje winter, het vriest dat het kraakt. Één schip ligt in een botenhuis, de andere op de helling. Het bevroren water op het schilderij is de A. Hetzelfde water aan waar HW en zijn broer Taco op zijn gegroeid. Zijn ouderlijk huis stond aan het Hoge der A, de voormalige scheepswerf aan de Kleine der A. 

Zoals zichtbaar op dit detail van het schilderij, stonden de kleine huisjes dicht op elkaar. Men had toen heel grote gezinnen en de armoe was groot. Hier heerste veel ziektes zoals lijders aan pokken, roodvonk, tyfus en mazelen. De stad wist niet zo goed wat ze ermee aan moest. De nieuwe Besmettelijke Ziektewet vereiste dat de mensen moesten worden geïsoleerd van de rest van de bevolking. Daartoe werden er enkele barakken gebouwd op de plek waar ooit de scheepswerf en later het Groninger Museum kwam. Waarin nu Academie Minerva gevestigd zit. 

Door de Tyfusepidemie in 1817 werd er besloten om het Noodziekenhuis, die sinds 1803 in het West-Indisch Huis, aan de Munnekeholm zat, een permanent ziekenhuis te maken. Het Stads Armen-Ziekenhuis werd gehuisvest in de Schuitemakersstraat en bood ruimte aan 25 tot 30 patiënten. Dit is een voorloper van het UMCG (geschiedenis van het UMCG). 
Verder heeft het schilderij de Mottenberg prachtige details zoals het kind en de vrouw, die de afwas (of kledingwas) doet in de schuddelbak. Een schuddelbak is een bak waarin men de afwas aan de reling van een schip deed. Vroeger leefden de Groninger schippers met hun gezin aan boord van het schip en hadden geen huis aan de wal. Als je dan met je schip naar de scheepswerf moest voor herstelwerkzaamheden, dan ging het leven aan boord dus gewoon door. En dat zie je op dit schilderij zo goed. 
Scheepstimmermannen aan het werk. HW Mesdag schilderde diverse details zoals een vrouw die met een ketel loopt. De man die een pijp rookt en een man die timmert aan het schip.
Mooi hoe in de kou, dit warme vuurtje brand en hoe die warmte ook zichtbaar is. De ketel is gevuld met eten voor de mensen die allemaal aan het werk zijn.  
Zo'n leuk detail met het hondje op de reling. Op het watertonnetje staat 'Hoop op zegen'. Ieder schip had vroeger een tonnetje met schoon drinkwater aan boord. 
Het voormalig Groninger Museum (nu Academie Minerva)
foto van november 2015

In 1894 werd op de plek waar ooit de scheepswerf de Zuiderscheepshelling (Mottenberg) was, het Groninger Museum gebouwd. Toen Taco Mesdag, de broer van H.W Mesdag overleed heeft de vrouw van Taco een deel van hun verzameling geschonken aan het Groninger Museum. In het gebouw aan de Museumstraat waren toen 2 Mesdagzalen ingericht vanaf 1903. Daar kwam ook de Mottenberg van HW Mesdag te hangen. Mooi hoe een schilderij van dezelfde plek op de plek kwam te hangen waar nu een prachtig museumgebouw was verrezen. Op deze website (stukje leestafel) is te zien hoe die zalen er vroeger in het Groninger Museum eruit zagen.  

De Haagse School nam sterk in populariteit af, in de jaren vijftig van de vorige eeuw, en dit resulteerde in een geleidelijke en geluidloze verdwijning van de zalen. Met grote regelmaat verlaten de werken het depot nog wel eens, zowel voor een kleine presentatie in het huidige Groninger Museum als in tentoonstellingen elders in het land. En zo kwam het dat de Mottenberg en nog een paar werken, in het Noordelijk Scheepvaartmuseum tentoon werden gesteld in de tentoonstelling 'Mesdag, Mesdag, Israëls en de Schildersbuurt' die nog tot en met 28 februari 2016 te zien is.

Bronnen: Noordelijk Scheepvaartmuseum
Groninger Museum
UMCG
Boek: "Schippers van de zee" - Hylke Speerstra

woensdag 3 oktober 2012

Abraham's mosterd


Dit is een logje dat ik op een ander log geplaatst heb gehad in 2009
Dat log ga ik opheffen en daarom hierheen gekopieërd.
De mosterdplant komt oorspronkelijk uit China en India en is een 60-130 cm
hoge plant die behoort tot de Cruciferen (de kruisbloemigen).
De bloemen van deze plant zijn geel en zij bloeien van juni tot september.
Er zijn 3 soorten mosterdplanten, waarvan er slechts 2 bij het maken van mosterd
van belang zijn.
De Sinapis Atha brengt kleine okerkleurige zaadjes voort, wit of geel mosterdzaad
wordt dat genoemd. En de Brassica nigra heeft zwartbruin zaad.
De derde mosterdplant heet Brassica Juacea en hier wordt van dat zaad
vrijwel geen gebruik gemaakt, maar in India des te meer.
_DSC7467 picture by Zaqina
Deze machine werd gebruikt om door middel van wind de mosterdzaadjes uit hun
hoesjes (kaf) te blazen, vervolgens werden ze onderin gezeefd en in zakken
verpakt om door Abrahams Mosterdmakerij te worden verwerkt tot Groninger Mosterd.
Tot 2 jaar geleden werd deze machine nog gebruikt.
_DSC7450 picture by Zaqina
De natuurazijn die voor Abraham's mosterd wordt gebruikt,
wordt gemaakt van water en ethylalcohol (ethanol). De alcohol wordt gehaald uit melasse,
een bijprodukt van de winning van suiker uit suikerbieten.
Het mengsel van 86% water en 14% alcohol wordt opgepompt naar een
groot hout vat, die boven in de nok zit.
Hieruit loopt het naar beneden via een regelfles (een soort klok)
naar de 3 daaronder staande azijngeneratoren. Hierin bevinden zich beukenhouten
krullen, waarop azijnzuurbacteriën leven. Die bacteriën werken in op het
mengsel en scheiden hierbij azijnzuur af.
De optimale werktemperatuur van deze bacteriën is 32-38 graden Celcius.
Het nu verkregen produkt heet 'spirit'en heeft een zuurgraad van 13%.
Het produkt wordt gefilterd (helder gemaakt) waarna het naar de eiken houten opslag-
vaten gaat. Voor de smaak moet de spirit dan nog 7 maanden in deze vaten rijpen.
Na het rijpingsproces wordt de spirit afgetapt en afgeslapt met water.
Van 13% zuurgraad naar:
* 11% en heet dan schoonmaakazijn
* 7% en heet dan inmaakazijn
*4% en heet dan tafelazijn
De tafelazijn wordt dan nog gekleurd met karamel, waardoor de goudgele kleur ontstaat,
De verschillende soorten azijn werden verkregen door het toevoegen van verse kruiden,
zoals bv dille, mint of rozemarijn.
_DSC7452 picture by Zaqina
Het laboratorium werd gebruikt om de azijn op helderheid, zuiverheid
en zuurgraad te meten.
<<<<<< >>>>>>>
Voor de mosterdbereiding worden de zaadjes,
die goed droog moeten zijn, geplet en gebroken.
Dat pletten en breken vond aanvankelijk plaats met behulp van een
'mosterdkogel' die in een aarden kom over de zaadjes werd rond gewreven.
De pletmachine is een trechter waaronder zich 2 tegen elkaar in
draaiende walsen bevinden hiertussen worden de zaadjes plat gedrukt, waarbij de kern van
het zaad vrij komt. In deze kern bevindt zich de mosterdolie die samen met de
azijn de typische mosterdsmaak geeft.
De pletmachine werd destijds aangedreven met de hand of met paardenkracht doch later
met stoomkracht of met een (Ruston) dieselmotor.
IMG_9574.jpg picture by Zaqina
De mosterdplant moest bij het oogsten voorzichtig worden behandeld,
zodanig dat de 'peultjes' tijdens de werkzaamheden niet opensprongen.
Dat zou alleen maar zaadverlies geven. Nog voor het zaad helemaal rijp was vond de
oogste plaats. Na de oogst liet men het zaad in kleine hokken narijpen.
IMG_9576.jpg picture by Zaqina
Het dorsen geschiedde meestal op de deel met dorstvlegels waarvan het werd geschoond.
IMG_9575.jpgpicture by Zaqina
Het schonen gebeurde door middel van 'wannen', oftewel zeven. Deze grote zeef
noemde men een 'wanbak'. Later gebeurde dit wannen door de wanmolen.
750 liter Groningse mosterd picture by Zaqina
En zo ziet 750 liter Groningse mosterd eruit. Dit moet 6 weken lang in deze afgesloten
ton staan voor het in de potjes kan. En die geur... scherp!!!!!

BJ Blommers

  Het grafmonument voor kunstschilder 𝗕.𝗝. 𝗕𝗹𝗼𝗺𝗺𝗲𝗿𝘀 (1845- 1914), die o.a. het vissers- en strandleven in Scheveningen en Katwijk ...