Posts tonen met het label prostitutie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prostitutie. Alle posts tonen

zondag 2 augustus 2020

De Burger en de hoer - Lotte van de Pol


De afgelopen 2 dagen las ik het boek 'De Burger en de hoer" van Lotte van de Pol. Prostitutie in Amsterdam. Het mooie is, dat er in zo'n boek een heel stuk geschiedenis voorkomt over het leven in Amsterdam en geschiedenis van ons land. Nu heb ik al eerder blogjes geschreven over prostitutie ivm een tentoonstelling van een paar jaar geleden in het museum waar ik werk. Mocht je die blogjes willen lezen * klik dan hier *

Sommige dingen wist ik al van onze geschiedenis, maar heb je door het lezen van dit boek weer een extra aanvulling, wat ik altijd wel leuk vind. Het boek vond ik vooral interessant door de geschiedenis van Amsterdam en Holland en hoe de mensen in die tijd leefden. De dingen die ik met jullie wil delen volgen hieronder: 

Bijvoorbeeld dat er in de Amsterdamse straten in januari 1670 en langs de grachten speciaal geconstrueerde olielampen kwamen en de daarop volgende 10 jaar kwamen er zo'n 600 bij. De bedoeling van de straatverlichting was vooral 'de veiligheid', maar het gaf een enorm impuls voor het nachtelijk uitgaansleven en gaf de prostitutie een enorme vlucht. Het aantal nachtwachten werd van 300 naar 480 gebracht. Het betalingssysteem van politieambtenaren hadden financieel belang bij prostitutievervolging. Het salaris van een Amsterdamse schout en de substituut schouten werden er immers van betaald. Sinds de Middeleeuwen moest iemand uit het ambt zelf zijn betaling zien te verdienen. Voor elk aangebracht delict was een derde voor de schout persoonlijk, een derde voor degene die het aanbracht en een derde deel voor de stad. Een Amsterdamse schout verdiende op jaarbasis 1000 gulden salaris per jaar, 500 gulden presentiegeld en 50 gulden kleedgeld. Een substituut schouten kreeg 800 gulden per jaar. 

Bij volle maan bleef de nachtverlichting uit. 

Na 1722 lukt het de overheid de openlijke speelhuizen effectief terug te dringen. Er worden dekmantels gezocht voor het eigenlijke bedrijf, zoals tabakswinkels. Een belangrijk neveneffect is, dat de toeristen weg blijven. Want de speelhuizen stonden in menig publicatie van Fransen en Duitse toeristen die hun Grand Tour aan het maken waren. En ze wilden er best allemaal heen alleen al uit nieuwsgierigheid. Zelfs vrouwelijke toeristen gingen onder mannen begeleiding, uit nieuwsgierigheid kijken. Er werd gezongen, er was muziek, er werd gedanst en veel gedronken. 

Burger en niet burgers = Poorters en niet poorters. Ik kwam wel vaker het begrip Poorters tegen in boeken die over vroeger gingen. Maar ik dacht dan altijd dat, dat mensen waren die werkte bij de stadspoort zoals een poortwachter of iemand die op de muur loopt om de stad te bewaken :). Leuk, om door een heel ander boek nu te ontdekken wat zo'n woord werkelijk betekent. 

Omgang met Joden werd als onterend gezien in de 17e eeuw. Een dienstmeisje die bij Joden had gewerkt, kon daarna geen dienst meer vinden bij 'goede lui', maar dit gold ook voor de hoeren die een Jood als klant hadden gehad en dat bekend werd. 

Eer was in die tijd een heel groot goed. Je eer (goede naam) kon op het spel staan. Je kon ook eer hebben, als je arm was, maar oneerbare armen waren in de eerste plaats prostituees en allen die bij prostitutie betrokken waren. Dieven en andere misdadigers werden vanzelfsprekend als eerloos beschouwd, en dat gold ook voor kermisklanten, waarzeggers, kwakzalvers, straatzangers en wat de mannen verder nog betrof een groot deel van de laagste klasse van soldaten en matrozen, vooral zij die in dienst waren van de VOC en WIC. De leefwijze van normen en waarden van deze lieden werden door de eerlijken (arm als ze waren) gezien als een omkering van alles wat goed, burgerlijk en eerlijk was. 

Maar ook het bewijzen van 'de laatste eer' was zeer belangrijk. Acte de présence bij begravenissen geven was een belangrijke plicht van buren en van gildebroeders en -zusters. Voorstellen tot de invoering van een belasting op begraven en ingrijpen in begrafenistradities leidden in 1669 tot het 'Aansprekersoproer'. De armen waren bang dat ze zichtbaar pro deo en dus als bedelaars begraven zouden worden, iedereen was verontwaardigd dat ze niet meer hun eigen 'aansprekers' en dragers konden kiezen: Het recht op een eerlijke begrafenis stond op het spel. 

Een ongehuwde moeder, tot seksuele omgang verleid onder belofte van een huwelijk, verkondigde niet haar schande, maar juist haar eer door openlijk haar kind aan de huisdeur van de verwekker te brengen en het kind als het zijne te presenteren. Zo liet zij zien niets te verbergen te hebben. 

In 1724 zat er een hoerenhuis aan het Binnenhof in Den Haag, volgens een anekdote in het boek.  


Oost Indië vaarders werden alleen in Amsterdam en in Middelburg uitbetaald. Zij hebben jarenlang voor hun geld gewerkt en joegen het regelmatig in een paar weken er door heen. Een veel gebruikte uitdrukking voor de terug gekeerden was:  'Heren voor zes weken'. De Jantjes verdienden bij de WIC/VOC 3 gulden per week, die ze in 1x kregen uitbetaald zodra ze weer in Amsterdam of Middelburg waren. 

In 17e eeuwse hoerenhuizen werden in Juli en Augustus (als de schepen uit Indië terug waren) via 'mondtijding' nieuwtjes uitgewisseld. Vaak kwamen er dan ook zeemansvrouwen om die nieuwtjes te horen en niet om de hoer te spelen. Zo wisten de zeemansvrouwen hoe het met hun man daar ginder ging of dat hij overleden was. Als dat zo was, wist ze het hierdoor eerder dan via de officiële kanalen. 

Vrouwen verdienden bij gelijkwaardig werk doorgaans de helft van wat mannen verdienden. Mede daarom was er veel armoe. Je leefde in de 18e eeuw onder de armoede grens als je 300 gulden per jaar verdiende. 

In de Amsterdamse volkswijken en de havenbuurten, waaruit veel mannen op zee of in de Oost- of West-Indië waren, waren vrouwengemeenschappen. De organistatie van het buurtleven was er veelal in handen van vrouwen. Terwijl zij ook een groot deel van de tapperijen, logementen en uitdragerijen dreven. Buitenlanders vonden de Nederlandse vrouwen bazig en zelfstandig in hun optreden en dit werd door tijdgenoten negatief beoordeeld. Een citaat van Justus van Effen in zijn weekblad 'De Hollandsche Spectator (1731-1735) 'De Amsterdamse gemene en burger-vrouwtjes, die zich niets aantrekken van hun natuurlijke onderschikking aan de man.' Tsss niets geen natuurlijke onderschikking, de vrouwen in Holland moesten gewoon hun mannetje staan. Vul ik dus hier even aan :). 

Zeevaart was natuurlijk een grote werkverschaffer in de 17e en 18e eeuw. Er voeren elk jaar wel 50.000 tot 60.000 mannen op Hollandse schepen. Er waren de visserij, vrachtvaart binnen Europa, Walvisvaart en seizoensvaart. Varenslieden voor de VOC, de WIC en de marine daarentegen waren veel langer achter elkaar van huis. Zij waren grotendeels afkomstig uit de lagere klassen van de steden van Holland, aangevuld met een aanzienlijke groep buitenlanders zoals Scandinaviërs en Duitsers. De betaling was slechter en de overlevingskansen kleinder en de status geringer. De VOC was de grootste werkgever van de republiek. Drie keer per jaar voer er een vloot uit. In totaal waren er in de 17e en 18e eeuw een miljoen mannen (waaronder tientallen als man verklede vrouwen) en daarvan kwam maar een derde terug. 

Alle type zeevaart eisten hun tol, maar de VOC was de grootste menseneter. De tijdgenoten waren zich daar wel van bewust. Oost-Indië gold immers als het 'graf der Amsterdammers' Door de hoge sterfte op zee, maar ook wel achterblijvers, heeft de zeevaart een drukkend effect gehad op de omvang van de bevolking in heel Holland. 

De meeste matrozen bij de Compagnie en op de oorlogsvloot waren ongehuwd. Van hun gage, die pas na hun reis werd uitbetaald, konden ze trouwens geen gezin onderhouden. de 20 á 40 gulden die ze nog tijdens hun reis jaarlijks konden laten overmaken naar huis, dekten maar een tiende deel van wat een gezin nodig had. Zeemansvrouwen moeten dan ook grotendeels zelf voorzien in hun eigen onderhoud. Maar eigenlijk was dat begin vorige eeuw ook nog zo. Toen ik het boek 'Veur Kachel...' - HansBeukema
recent las, kwam daar een verhaal in voor van een jongen die ging varen en 2,5 jaar later thuis kwam. Maar al het geld wat hij had was snel op ivm de kleren van de heen reis die nog betaald moesten worden en de nieuwe kleding die hij voor zijn volgende reis nodig had en nog wat onkosten, waardoor hij maar een beetje aan zijn moeder kon afdragen. 

Verder gaat het boek vooral over het leven van de vrouwen in een speelhuis, bordeel, hoerenhuis. En is het boek, als je van geschiedenis houdt echt een aanrader. De auteur gebruikt ook veel materiaal uit boeken uit die tijd, maar ook de processen en ze behandeld ook de spinhuizen. 

dinsdag 22 oktober 2019

Land van Belofte - Prostitutie in het A-kwartier

Op 1 januari 2016 viel het doek voor de raamprostitutie in het A-kwartier. Naar aanleiding hiervan, maakte het Noordelijk Scheepvaartmuseum een tentoonstelling over het oudste beroep ter wereld. De naam van de tentoonstelling komt van het café, dat op de hoek van de Vijfde Drift en de Hoekstraat zat. Een bezoeker van de tentoonstelling attendeerde me erop, dat de naam van het café al eerder voor kwam in de 18e eeuw in de Gasthuisstraat bij een herberg. Of de eigenaren rond 1900 daar de naam van over hebben genomen is niet bekend, maar grappig is het wel. 

De naam kwam ik ook tegen op een gevelsteen, die in Amsterdam hangt: *klik*

 Het café werd rond 1900 geopend door Hemannus Looze en Trijntje Brinksma, die kort daarvoor getrouwd waren. Waarom het café zo is genoemd is niet helemaal duidelijk, maar mogelijk droomden de eigenaren van rijkdom of dachten ze aan de dromen van de bezoekers van de prosituées in de buurt van het café.

In de beginjaren was het café vooral populair bij studenten en hoogleraren, maar ook de sjouwers uit de Noorderhaven wisten het 'Land van Belofte' te vinden. De zeelieden hadden in die tijd een spreuk die mogelijk naar het café verwees: "Eerst door de Rode zee en dan naar het Land van Belofte". Hierbij verwees de Rode Zee naar de rode lampjes in de hoerenbuurt. 

De laatste jaren werd de kroeg vooral bezocht door de bezoekers van de rosse buurt in het A-kwartier. Daarnaast was voor vele kroegtijgers was het café het laatste station aan het einde van een nacht stappen. Het café was namelijk tot in de vroege uurtjes open, om aan het begin van de middag alweer open te gaan. 

De laatste eigenaren benadrukten de aanwezigheid van de hoerenbuurt met hun slogan: 'Café Land van Belofte, het gezelligste en veiligste café van Groningen! In ons café kun je terecht voor een gezellige borrel of een beste nacht". 

Deze drie engeltjes hingen aan het plafond van het café 

Zelfs bekende Nederlanders kunnen zich dit Groningse café herinneren. Zo schreef cabaretier Youp van 't Hek meerdere malen lovend over het 'Landje' waar hij graag tot diep in de nacht aan de bar zat. 


Prostitutie is, zo wordt er weleens gezegd, het oudste beroep van de wereld en al heel lang onderdeel van onze maatschappij. Kunstenaars, schrijvers en musici maken in hun werk al sinds oudsher dankbaar gebruik van de 'meisjes van plezier', waarbij ze een geromantiseerd beeld oproepen van het beroep. Het Noordelijk Scheepvaartmuseum liet in deze tentoonstelling zowel die romantische als rauwe kant van het beroep zien.
Deze hoerig-rode bank stond in de grote zaal 
tijdens de tentoonstelling. 

Dat prostitutie ook schaduwkanten heeft, weten de bewoners van het A-kwartier daarentegen maar al te goed. De buurtvereniging van de wijk is in (1985) speciaal opgericht om de overlast (o.a verkeer, drugs en geluid) in de wijk tegen te gaan. In het A-kwartier valt definitief het doek voor de prostitutie, als op 1 januari 2016 de ramen worden gesloten. De Gemeente begint dan samen met de bewoners met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de wijk. 

Middeleeuwen / tot 1500

In de middeleeuwen wordt prostitutie gedoogd. De politieke en religieuze machtshebbers zien in dat prostitutie een noodzakelijk onderdeel van de samenleving is. De verhouding tussen de stad en de prostitutie wordt vergeleken met de verhouding tussen een paleis en een mesthoop. Zoals de mesthoop nodig is om de rest van het paleis schoon te houden, zo is de prostitutie nodig om de veiligheid van andere vrouwen en de algemene orde binnen de stad te handhaven.

Ook in Groningen komen hoererij en zogenaamde 'oneerlycke huyse en herberghe' voor. De middeleeuwse stadsbesturen verwijzen de hoeren naar de rand van de stad. Bekend is de Lammehuingestraat (de huidige A-kerkstraat). De straat droeg overigens de naam van een vrouw, maar Lamme Huinge was een weduwe die altijd lam was, gaat het verhaal. In 1874 werd de naam op verzoek van de bewoners van de straat veranderd ivm de slechte reputatie van de straatnaam. Maar ik dwaal af :) 

Reformatie / 16e eeuw

Aan de tolerante houding ten opzichte van prostitutie komt een einde als het calvinisme opkomt. Vanaf 1578 worden in veel steden de bordelen gesloten en prostitutie verboden. Op overtreding van de nieuwe regels staan flinke straffen. Daarmee verdwijnt de prostitutie echter niet, maar gaat ondergronds verder. De overheid behoort de hoeren, de klanten en de pooiers te vervolgen, maar in de praktijk gebeurt dit relatief weinig. 

Vanuit deze nieuwe regelgeving worden in Groningen in 1704 Sibilla Gramsbergen en Jochum aangeklaagd wegens het plegen van hoererij. Joanna Kloppenborgh verklaart als getuige dat zij 'in het snorrigen des nagts bij een Heer op het bedde geslapen heeft, dat hij sijn willen met haar heeft gedaan en haar een rijksdaalder gegeven'.... en verklaart tevens 'dat sij in de Swarte Grieten.... een ander officier bij haar op bedde is gegaan, en datter destijds wel 7 of 9 officiere in de kelder sijn geweest'. 

18e / 19e eeuw

De Franse Revolutie en later de Franse overheersing in de Lage Landen zorgen voor de invoering van een grondwet en de burgerregistratie. Het Koninkrijk Holland voert een wetboek in dat opvallend genoeg geen verbod op prostitutie bevat. Er is wel strenge regelgeving om verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen. Bordelen moeten zich registreren, evenals de prostituees die zich medisch moeten laten onderzoeken. Koppelarij, het faciliteren of exploiteren van betaalde seks, wordt echter wel verboden waarna veel bordelen clandestien verder gaan. 

1810 - 1820
Het begin van de 19e eeuw wordt gekenmerkt door een dubbele moraal. De bewegingsvrijheid van de vrouw is beperkt, de man domineert haar wereld. De seksuele vrijheid van de man wordt stilzwijgend aanvaard. De vrouw daarentegen moet kuis zijn, waardoor de behoefte naar prostitutie blijft bestaan. Een groot probleem voor de prostitutie is het steeds vaker voorkomen van geslachtsziektes, met name syfillis. Deze 'venusziekte' is al bekend in de 16e eeuw, maar nu wordt er pas wetgeving gemaakt om de geslachtsziekte in te perken. 

1820 - 1860

Vooral vanuit de protestants-christelijke kerk komen initiatieven om de prostitutie te lijf te gaan, onder andere vanuit de opwekkingsbeweging Réviell. De nadruk van deze beweging lag op de beleving van de eigen vroomheid, op de harmonie van dogma en gevoel. De beweging had ook een gemeenschappelijke wortel in de afkeer van het rationalisme van de Verlichting. Later, vanaf 184, verbreedde de beweging zich door de nadruk te leggen op maatschappelijke bewogenheid: armenzorg, strijd tegen alcoholisme en hulp aan verwaarloosde jeugd, prostituees en zwakzinnigen. 


1860 - 1880

In deze periode komt er in heel Europa meer aandacht voor de positie van de vrouw en wordt er vooruitgang geboekt. Aletta Jacobs, de eerste vrouw die in Nederland in 1871 aan de universiteit wordt toegelaten, wordt later arts. Zij trekt zich het lot van de prostituees aan en deelt in Amsterdam condooms uit. Vanuit de protestantse kerk wordt in 1879 de 'Nederlandsche Vereeniging tegen de prostitutie' door predikant Hendrik Pierson opgericht. Pierson gold daarmee als onbetwiste leider van het protestants-christelijke zedelijkheidoffensief dat in de tweede helft van de 19e eeuw vorm kreeg. 

Nadat in 1852 artsen aan het stadsbestuur van Groningen melden dat 'syfillistische aandoeningen' opkomen door bezoek aan de bordelen, treedt in 1861 de 'Verordening, houdende een reglement op het toezigt over de publieke vrouwen en bordeelen' in werking. Dit reglement maakt het mogelijk om gereguleerd een bordeel te openen, mits het geregistreerd is. De aanvang van Roelfien Klimp, zelf oud-prostituee, is hiervan een mooi voorbeeld. Zij vraagt in 186 toestemming om een bordeel in haar woning te openen. Ze woont echter te dicht op een school en krijgt daarom geen toestemming. Een jaar later probeert ze het in een ander pand opnieuw en kan dan alsnog haar bordeel starten. In deze periode worden de dames bovendien regelmatig medisch gecontroleerd, en moeten ze daar een boekje van bijhouden. 

1880 - 1910

Vanuit de samenleving komt er steeds meer protest tegen prostitutie. Zo wordt onder leiding van predikant Hendrik Pierson de 'Middernachzending - Vereeniging' opgericht, waarvan de leden zich bij bordelen verzamelen om de bezoekers op hun gedrag aan te spreken. In 1884 werd de 'Nederlandsche Vrouwenbond tot Verhooging van de Zedelijk Bewustzijn' opgericht, waarmee protestantse vrouwen een rol kregen in de strijd tegen prostitutie. 

De wetgeving in Groningen krijgt een nieuwe aanpak, waarbij de dames zich niet meer hoeven te laten controleren door een arts. Daarnaast mogen ze ook niet meer hun beroep uitoefenen op straat. De registratieplicht blijft wel bestaan. Bovendien wordt bepaald dat een vrouw niet tegen haar wil in een bordeel mag worden gehouden. 

1910 - 1930

Vrouwen krijgen dankzij de vrouwenbeweging in 1917 passief en in 1919 actief stemrecht. De tegenbewegingen vanuit de samenleving leiden er uiteindelijk toe dat in 1911 de zedenwet in wordt gevoerd. In deze wet wordt niet de prostitutie, maar het aanzetten tot ontucht strafbaar gesteld. Hierdoor worden de handelaren, pooiers en klanten strafbaar en wordt de raamprostitutie populair. Vrouwen wenken langslopende mannen van achter hun gordijnen naar binnen. 

Groningen komt niet met uitbreidingen op de landelijke wetgeving. De commissaris van de Politie komt zelfs met het bijzondere bericht naar buiten dat straatprostitutie nauwelijks voorkomt in Groningen. In de loop van deze periode verandert dat, want in 1828 meldt hij dat de prostitutie zich van de straat naar binnen verplaatst. 

1930 - 1950

De Commissaris van de Politie constateert vlak voor de Tweede Wereldoorlog dat straat prostitutie nog nauwelijks voorkomt in Groningen, maar dat er wel andere soorten van prostitutie bestaan. De dames werken dan vooral vanuit hun eigen of gedeelde huizen. 

In deze periode zien we dat in heel Nederland prostitutie in steden steeds verder wordt teruggedrongen. Ook in Groningen mag tippelen alleen nog maar binnen de diepenring en op vier aansluitende straten, zoals te zien is op de kaart hierboven. Na 1963 wordt dit gebied steeds kleiner, waardoor prostitutie steeds minder zichtbaar wordt in de stad. 

1970 - 1990

De tweede feministische golf in Nederland ontwikkelt zich tot een krachtige beweging met veel verschillende thema's. Binnen deze beweging verschillen de opvattingen over prostitutie. De ene feministische stroming ziet prostitutie als een onacceptabele aantasting van de lichamelijke integriteit en als mensonterend gedrag. Anderen zijn pragmatischer en streven naar erkenning van de prostituee als beroep, mits iemand daar vrijwillig voor kiest. Hieruit vloeit in 1985 de oprichting van De Rode Draad, een stichting met als doel de positie van sekswerkers te verbeteren. De registratieplicht van prostituees is hen bijvoorbeeld een doorn in het oog. 

Groningen verkleint het gebied waar geprostitueerd mag worden nog verder. Alleen nog in de hoeken waar historisch gezien prostitutie een grote rol heeft gespeeld, zoals in de Nieuwstad en het gebied Vishoek/Hoekstraat, mag nog prostitutie plaatsvinden. Alle bedrijven buiten deze gebieden moeten ter zijner tijd worden opgeheven. 

In het A-kwartier rommelt het al een tijdje. Door overlast ontstaat er steeds meer weerstand vanuit de bewoners tegen de prostitutie in de wijk. Daarom wordt de buurtvereniging op 14 mei 1985 opgericht. 

1990 - 2010

Het nieuwe millennium opent met een afschaffing van het wettelijk bordeelverbod. De overheid krijgt behalve voor het aspect gezondheidszorg ook steeds meer belangstelling voor de financiële kanten van de prostitutie. De overheid beoogt de prostitutie grotendeels uit het criminele circuit te halen. Dit betekent dat prostituees zich als zelfstandig ondernemer bij de Kamer van Koophandel dienen in te schrijven en voortaan ook belasting moeten betalen. De controle op de sekswerkers blijft van kracht. 

Tippelen wordt in 1998 verbannen naar de Bornholmstraat. Daarnaast worden pogingen ondernomen om de 'secundaire' overlast te beperken. In alle prostitutiezones mogen alleen nog sekswerkers en klanten aanwezig zijn. Pooiers en drugsdealers worden uit deze zones geweerd. De Gemeenteraad besluit in 2009 om per 1 januari 2016 de raamprostitutie te concentreren in de Nieuwstad en dus de ramen in het A-kwartier te sluiten. 

2010 - 2016

Met de oprichting van de belangenvereniging PROUD proberen sekswerkers hun belangen op de werkvloer, in de media, de politiek en de maatschappij te behartigen. De vereniging heeft bijvoorbeeld een alternatieve 'Algemene Politie Verordening Sekswerk' opgesteld. Hierin roepen ze op om in plaats van het beroep te ontmoedigen en te bestrijden, sekswerk daadwerkelijk te erkennen als beroep en het de mogelijkheid te geven zich tot normale bedrijfstak te ontwikkelen. 

Groningen voert in 2016 beperkingen in voor de sekswerkers zelf. Zo moeten de dames geregistreerd staan, maar worden ook een minimumleeftijd en een maximum werktijden ingevoerd. Ook groeit de beweging om dames te helpen uit de prostitutie te komen en te blijven. Zo heeft de hulpverleningsstichting 'Terwille Verslavingszorg' een programma voor re-integratie en het 'Leger des Heils' een huiskamer met hulpverleners en artsen. 



Een vogelkooi symboliseert het vrouwelijk geslachtsdeel en de vogel het mannelijk lid. Wanneer het deurtje van het vogelkooitje open staat, heeft de man een afspraakje buitenshuis. Een vogel opgesloten in een doos kan de maagdelijkheid van een vrouw aangeven; het ontsnappen van de vogel symboliseert het verlies van haar maagdelijkheid. "Vogelen" betekent vogelvangen, maar ook het liefdesspel bedrijven.


Dame in rood, spelend met vogel - Jan jr. Wassenbergh
Groninger Museum

Meisje trekt, al leunend op een tafel, het vogeltje dat ze vast heeft aan een touwtje naar zich toe. Een verwijzing naar 'vogelen'? 

Prostitutie komt ook voor in de muziek en daar heb ik al eerder een blogje over geschreven *klik* 


Dit blog had ik eind 2016 of begin 2017 geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling in het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Het gros van de tekst is van die tentoonstelling. Al die tijd heb ik het blog niet gepubliceerd. Terwijl ik zat te twijfelen,  zal ik het als nog plaatsen of niet? Zat ik even te googlen. Was het niet zo, dat het Land van Belofte zijn deuren dit jaar weer geopend heeft? Het café werd zondag 6 oktober heropend onder een nieuwe naam 'Het Beloofde Land' 


Bronnen: 

- Noordelijk Scheepvaartmuseum
- alle aanklikbare links, die verwijzen naar andere websites
- Wikipedia

zondag 15 januari 2017

Prostitutie in de Muziek

Dit blog hoort bij de blogjes over de Tentoonstelling 'Land van Belofte'.
Dit is het eerste blog, daarover 😌 en tevens een blog waar veel linkjes
in zitten naar vooral Youtube 🎶

Een oude radio in de tentoonstelling,
waar diverse liedjes uit te horen zijn die met 
prostitutie te maken hebben. 

Prostitutie is van oudsher een inspiratiebron geweest voor tal van kunstvormen. In deze vormen is vaak een waardeoordeel over prostitutie aanwezig, al dan niet verborgen. Goede voorbeelden zijn dronkemansliedjes waarin een prostituee bezongen wordt of treurliedjes over de zedelijke ondergang van arme meisjes. In veel liedjes is het vaak helemaal niet duidelijk dat het over prostitutie gaat. Goed voorbeeld zijn de op het eerste gezicht, onschuldige kinderliedjes 'Altijd is Kortjakje ziek' en 'Hop Marjanneke, stroop in 't kanneke'. 

Eind 19e eeuw ontstonden er nieuwe culturele vormen zoals revue, cabaret, theater, film en musical. In Nederland lieten de cabaretiers Koos Speenhoff, Willy Derby en Louis Davids van zich horen. Jasperina de Jong brak door als cabaretière met de controversiële cabaretgroep Lurelei, vooral bekend om de scherpe teksten over spraakmakende onderwerpen. Uit die tijd (1964) stamt ook het nummer 'De rosse Buurt', geschreven door Guus Vleugel, waarin de rollen worden omgedraaid en zingt over 'mannen van plezier'. 

Drs. P was zowel dichter, schrijver, cabaretier, letterkundige en zanger. Drs. P is bekend geworden om zijn doordachte en poëtische teksten met vele grappige vondsten. In 1968 verscheen zijn zevende single: 'Het huis der Schande', een poëtisch lied over een lichtekooi. Helaas kan ik daar geen filmpje op Youtube van vinden, maar wel de tekst staat online *klik* Maar als je op zijn naam klikt krijg je ook een liedje van hem over prostitutie. 

Astrid Nijgh volgde een zangopleiding bij Bep Ogterop en was getrouwd met de tekstschrijver Lennaert Nijgh. Het echtpaar schreef samen liedjes waarbij Astrid de muziek verzorgde. In 1973 bracht Astrid zelf het nummer 'Ik doe wat ik doe' op single uit. Vanwege duidelijke verwijzingen naar de prostitutie wekte dit nummer veel commotie. Het nummer bereikte de zesde plaats in de Nederlandse top 40.
In 1976 bracht Astrid Nijgh het nummer 'Alleen is maar Alleen'  in de top 40 bleef dit nummer maar 4 weken staan en kwam het niet hoger dan nummer 28. Het nummer werd ook uitgebracht door Nelly Wijsbek.

De koningin van het Nederlandse levenslied; Maria Servaes-Bey zong onder de artiestennaam Zangeres zonder Naam. Mijn oma hoorde haar graag zingen, dus ik kan haar liedjes mee zingen, maar wat verafschuwde ik haar stem (sorry). Zij zong ook over de prostitutie; namelijk in  het nummer 'Keetje Tippel', een levenslied over Keetje die in de prostitutie belandde, het lied verscheen in 1975 en bereikte de tiende plaats in de Nederlandse top 40. Het lied was naar aanleiding van het boek van Neel Doff, dat in 1974 was uitgegeven in het Nederlands (geschreven in het Frans). Het boek heb ik begin januari gelezen, al kende ik het verhaal al door de film uit 1975 met Monique van de Ven in de hoofdrol. 

Wat ik miste in de tekst in het museum, was het verhaal over 'Malle Babbe' van Rob de Nijs. De tekst is afkomstig van de Haarlemse schrijver Lennaert Nijgh. Zou deze Haarlemmer gerefereerd hebben naar het schilderij van Malle Babbe van Frans Hals? Terwijl zij op het schilderij geen prostituee is. 
 
De toegangspoort van het Noordelijk Scheepvaartmuseum is zolang de tentoonstelling duurt verlicht met rood licht. Toen het licht nog maar net rood was, liepen er bouwvakkers langs die begonnen spontaan 'Roxanne' te zingen van The Police. Van dit nummer bestaat ook een variant uit de film Moulin Rouge 'El tango de Roxanne'.

Zo blijkt maar weer, dat niet alleen de Nederlanders zingen over de prostitutie. Ik ben een liefhebber van Edith Piaf en ook zij zong erover in het nummer 'Milord' uit 1959, geschreven door Georges Moustaki. Natuurlijk bestaat van dit nummer ook een Nederlandse versie. De Nederlandse versie wordt gezongen door Corry Brokken die de titel het zelfde heeft gelaten.

Zelf vond ik online een super bekend nummer, waarvan ik nooit door heb gehad, dat het over een high class call girl. "Killer Queen" de vierde single van Queen, waarmee ze in Engeland op de tweede plaats van de hitlijsten terecht kwamen en zo bekend werden bij het grote publiek. Freddie Mercury werd bij het schrijven van dit nummer beïnvloed door o.a The Beatles en The Beach Boy's. In plaats van een vleugel, zoals hij die normaal gebruikte, nam Mercury het nummer met een buffetpiano op, voor een Vaudeville-gevoel.

In 1982 kwam de heavy metal band Iron Maiden met het nummer "22 acacia avenue" op het album 'The number of The Beast'. Het verhaal in 22 acacia avenue gaat over Charlotte the Harlot, een fictieve prostituee die we in het gelijknamige nummer al op het eerste album van Iron Maiden leerden kennen. Nouja, ik niet... ik kreeg deze tip via facebook naar aanleiding van dit blog. Charlot werkt volgens het nummer in een bordeel op 22 acacia avenue. Acacia Avenue is een cliché in de Britse cultuur voor een gemiddelde, normale, middel-klasse straat in een voorstad. Er zijn minstens 60 Acacia Avenues in het Verenigd Koninkrijk en negen van hen zitten in Greater Londen. Ook komt de straatnaam voor in Ottawa, Ontario, Stockton en Californië.

In 1984 brak Tina Turner door als solo-artiest met het nummer "Private dancer" het nummer werd geschreven door Mark Knopfler en hij had het eigenlijk bedoeld voor Dire Straits, maar hij vond het nummer niet bij een mannelijke zanger passen.

Verder voor mij bekende nummers uit mijn jeugd/tienerjaren: Blondie die twee nummers over prostitutie zong "Sex offender" en "Call me". Salt 'n Pepa met "None of your business"

Denk verder aan: "Bad Girls" van Donna Summer, Ramones met het nummer "53rd and 3rd",
Er zullen nog veel meer liedjes bestaan, die ik niet ken of me niet te binnen schieten. Mocht je nieuwsgierig zijn naar de tentoonstelling, die over veel meer dan alleen de muziek gaat? De tentoonstelling loopt nog tot 2 april 2017.




Bronnen:

- Noordelijk Scheepvaartmuseum
-Wikipedia
- Youtube
- www.metalfan.nl





BJ Blommers

  Het grafmonument voor kunstschilder 𝗕.𝗝. 𝗕𝗹𝗼𝗺𝗺𝗲𝗿𝘀 (1845- 1914), die o.a. het vissers- en strandleven in Scheveningen en Katwijk ...